Nadere informatie

Nadere informatie


De volgende informatie kan per therapeut enigszins verschillen. De volgende informatie is ontleend aan een brochure van Willy van Haver, Antwerpen, 1989; upgrading Louis Sommeling, Groningen, 2015.

Praktische werkwijze

Inleiding

Pesso-therapie wordt meestal in groepstherapeutisch verband toegepast en is in die vorm ook het gemakkelijkst bruikbaar.

Naast een beperkte tijd waarin de groep als geheel aandacht krijgt, heeft iedereen een afgelijnde werktijd waarbinnen zij/hij aan eigen vragen of problemen kan werken (dit noemen we een structure). De andere leden van de groep zijn daarbij in de eerste plaats als rolspelers beschikbaar.

Dikwijls wordt van te voren de volgorde van de werktijden afgesproken, zodat eenieder weet wanneer hij aan de beurt is. Onderlinge ruil is mogelijk, mits ieder evenveel tijd krijgt.

Gewoonlijk begint de sessie met een rondvraag waarin eenieder kort iets kan zeggen over wat hem/haar op dat moment bezig houdt. Men brengt zichzelf van ‘buiten’ naar binnen in de groep, laat als het ware het vliegtuig hier landen. Meer is het niet. Het is de bedoeling om zich te beperken tot wat ‘op de voorgrond’ is:
a. lichamelijk;
b. gevoelsmatig;
c. in de gedachten.

Ook kan men feedback geven op de structure (werktijd) die men de week tevoren deed. In deze rondvraag wordt niet echt doorgegaan op de dingen die men inbrengt of aanraakt.

Oefening

Daarna zal de therapeut soms een oefening geven die gericht op een specifiek aspect van Pesso-therapie. Bijvoorbeeld het leren oppikken van eigen lichaamssignalen, of het omzetten van actie in interactie, of leren accommoderen voor anderen, enz.

Individuele werktijd

Dan heeft iemand die aan de beurt is eigen individuele werktijd in de groep. Deze individuele werktijd duurt meestal 50 minuten. In deze werktijd kan men een structure doen, maar ook iets anders (Soms is de groep zo georganiseerd dat iedere deelnemer in eenzelfde setting twee of meer structures kan doen, bijvoorbeeld in een vijfdaagse workshop).

In zijn eigen werktijd kan men op verschillende manier of vanuit verschillende punten vertrekken:
– Allereerst eerst kan men vertrekken van een bewust probleem waar men in de realiteit mee te maken heeft en wat bijvoorbeeld de aanleiding is om therapie te volgen. Naast de bewuste en verbale inhoud is het belangrijk om bij het uiteenzetten van dit probleem te letten op eigen lichaamstaal en gewaarwordingen.
– Men kan ook vertrekken vanuit een of andere fantasie waaraan men aandacht wil geven omdat men aanvoelt dat deze meer betekenis inhoudt en belangrijk kan zijn.
– Ook hoe men zich op dat moment zelf voelt kan een waardevol vertrekpunt vormen. Bijvoorbeeld:” Ik voel me afgeremd en bekeken door de groep”.
– Of men kan starten vanuit de directe lichamelijke gewaarwording op dat ogenblik, en deze stap voor stap volgen als aanzet voor de structure. Bijvoorbeeld ik voel pijn in mijn rug. Of: mijn zelf-zelf-interactie (het contact dat men lijfelijk met zichzelf maakt) wil ik omzetten in een interactie met een accommodator. Immers ‘inzicht’ volgt pas na ‘doen’ (‘experience in action’).
– Een andere mogelijkheid is dat men vertrekt vanuit materiaal waarop men in de oefeningen gestuit is. Bijvoorbeeld: ” Ik kon niet meedoen aan die oefening rond uiten van agressie; of ik merkte dat ik bij de ontspanningsoefening mijn schouders gespannen bleef houden”.
– Tenslotte kan men in een eigen werktijd ook aansluiten bij gevoelens of thema’s welke in de groep aan bod kwamen bijvoorbeeld in de structure van iemand anders, en die voor de persoon belangrijke eigen associaties oproept.

Probeer geen ‘fake-structures’ te doen, d.w.z. structures waarin men iets van een ander probeert na te doen, omdat men graag een ‘goede’ structure wil doen. Structures moeten zoveel mogelijk ‘echt’ zijn. Men moet zichzelf de tijd gunnen om echte structures te leren doen, dat gaat meestal niet direct.

Bij de opbouw en de uitwerking van de structure wordt steeds het eigen ervaringsproces en de lichaamsenergie van de cliënt gevolgd. Daarbij zijn de andere groepsleden als rolspelers beschikbaar. Dit wordt uitgewerkt in de volgende paragraaf.

Ervaringen van de anderen (‘sharing’)

Na deze individuele structure-tijd is er telkens enige tijd voor reacties van de andere groepsleden. Daarbij wordt gesteld dat het vooral om eigen ervaringen, associaties of gevoelens gaat van de groepsleden bij de structure die ze zojuist zagen of waar ze als rolspelers bij betrokken waren.

Er wordt in deze groepstijd geen kritiek of oordeel gegeven over de structure of de persoon die zojuist gewerkt heeft. Dus niet: “ik vond het goed of slecht”. Maar: “ik was onder de indruk”, of “deze dingen raken me niet omdat ik daar niets van herken”, of “het doet met denken aan ….. van mijzelf”.

Dikwijls zal de persoon die juist gewerkt heeft en zich in een kwetsbare positie bevindt de raad krijgen om niet direct aan dit groepsgesprek deel te nemen, maar om bij zichzelf te blijven om de impressie van de ervaring van zojuist te laten doorwerken.

Het therapeutisch contract

Groepsregels en wat er verwacht wordt van de deelnemers

Belangrijk in het werkcontract tussen cliënt en therapeut is allereerst dat het de cliënt zelf is welke verantwoordelijk is voor wat hij doet of niet doet in de therapie. De therapeut kan en zal deze verantwoordelijkheid niet overnemen. Dit impliceert ook dat de cliënt zijn eigen grenzen stelt en zelf bepaalt wat hij wel of niet zal inbrengen in de therapie. Niemand wordt geforceerd en weerstanden worden gerespecteerd. Ook is men vrij om bijvoorbeeld niet mee te doen aan bepaalde oefeningen, wanneer men dat even uitlegt.

Van zijn/haar kant is de therapeut ook gebonden aan een contract. Terwijl de cliënt weliswaar de regisseur is van de eigen structure, is de therapeut te consulteren als deskundige, die suggesties kan doen, kan ingrijpen indien nodig, en werkt volgens de principes van de Pesso psychotherapie.

Wanneer de cliënt werkt in een eigen structure draagt hij zelf verantwoordelijkheid voor de positieve uitkomst bij deze structure. Soms is men geneigd om in de structure alleen maar een negatieve herhaling van het verleden te maken zonder nieuwe ervaringen te willen opdoen. Bijvoorbeeld: iemand weigert om steun te aanvaarden van een positieve figuur omdat men vroeger ondervonden heeft dat uiteindelijk deze steun toch onbetrouwbaar is. Als ik me 100% vasthoud aan mijn visie op de werkelijkheid: ‘steun van mensen is onbetrouwbaar’, dan kan en zal therapie daar niets aan veranderen.

De therapeut is er niet om de cliënt te overtuigen dat het wel anders is. Dit betekent niet dat alles een happy end moet hebben, of dat men niet kan vastzitten in een impasse op een bepaald moment. Maar de wil en de energie om daar door heen te gaan, komt van de cliënt zelf, met steun en hulp van de therapeut uiteraard. Sommige mensen willen wel bezig zijn met hun probleem, maar ze willen er eigenlijk niets aan veranderen; ze willen als het ware in de negatieve ervaring blijven zitten.

De fundamentele aanpak is dat men werkt naar het doorbreken van deze negatieve ervaring. Wanneer men hiertoe niet bereid is, kan men zich afvragen: waarom kom ja dan naar therapie ? Als je echt niet gelooft dat er een alternatief is voor de negatieve ervaring van vroeger, wat zoek je dan in therapie ?

Een voorwaarde voor deze therapie is ook dat de cliënt bereid en in staat moet zijn om op symbolisch niveau te werken (zie ook verderop; aangeraden wordt om de therapeut te vragen om dit moeilijke maar centrale begrip ‘symbolisch’ goed uit te leggen). De therapie of de therapeut is er niet om een actuele behoeft in de realiteit op te vullen.

Iemand die behoefte heeft aan contact en er niet in slaagt om dat in het dagelijkse leven op een bevredigende manier te realiseren, moet niet naar de therapie gaan om daar bij groepsleden het contact te vinden dat hij mist.

Maar samen met de therapeut kan hij wel werken rond dit probleem dat zich in de realiteit situeert. De bereidheid om op symbolisch niveau te werken sluit ook in dat men de grenzen welke de realiteit stelt, kan en wil respecteren, en dat men zijn eigen emotioneel proces binnen die grenzen wil houden. Wanneer men bijvoorbeeld woedend is op de therapeut kan men wel op een kussen of matras slaan, maar niet het venster van de therapieruimte ingooien.
In de therapie is ieder lijfelijk agressief contact verboden. Men kan wel agressieve gevoelens hebben en die uiten, maar men dient de grenzen van het symbolisch werken en van de realiteit te respecteren. Vooral wanneer het om agressie of het gebruiken van kracht gaat zullen zowel diegene die werkt als de rolspelers en de therapeut erop attent zijn dat wat er gebeurt veilig is en op reëel vlak voor niemand risico inhoudt.

Een werkafspraak is ook dat de tijd duidelijk afgebakend is en dat deze grens van de realiteit ook gerespecteerd moet worden. De tijd wordt door de therapeut bewaakt.

Specifieke afspraken voor groepsleden

In de groep houdt men zich ook aan het groepsgeheim uit respect voor het persoonlijke en het kwetsbare van de andere deelnemers. Dit groepsgeheim houdt in dat men met buitenstaanders niet over inhoudelijke dingen uit de therapie praat zodat deze identificeerbaar zouden zijn. Uiteraard kan men ook met vreemden over het gebeuren in de therapie praten, maar steeds erop lettend dat alles anoniem en niet identificeerbaar blijft. Buiten de groepssessies worden ook geen ludieke toespelingen of grapjes gemaakt over wat er in iemands werktijd aan bod kwam of gebeurde.

Er wordt van de groepsleden verwacht dat ze zich engageren om elke sessie aanwezig te zijn. Bij absolute verhindering belle men tevoren af. Vacantie wordt in onderling overleg vastgesteld.

Ook wordt van eenieder verwacht dat hij/zij bereid is om voor de anderen een rol te spelen. De techniek van het rollenspellen zal uitvoerig geoefend worden. Uitzondering op deze laatste regel (rollen willen spelen) is wanneer men zich in een bepaalde sessie emotioneel te sterk geladen voelt of men erg bezig is met eigen emoties. Men kan dan het beste bij het begin van de sessie stellen dat men in die sessie liever geen rol speelt.

Men kan ook nee zeggen op de vraag om een rol te spelen wanneer men vreest dat het spelen van de rol te veel eigen emoties zal oproepen en men niet in de rol zal kunnen blijven.
Verder is iemand niet beschikbaar als rolspeler wanneer deze persoon zelf juist gewerkt heeft in een eigen structure. In de tijd na de structure gebeurt er soms heel veel met iemand, het is een kostbare tijd, die iemand die werkte, zichzelf kan gunnen.

Groepsleden die een nauwe persoonlijke relatie hebben met elkaar (bijvoorbeeld partners) kunnen in principe voor elkaar geen rol spelen, omdat de kans op verwarring tussen realiteit en het symbolisch niveau dan te groot wordt. En iemand die een hekel of juist sterk positieve gevoelens voor een ander groepslid heeft zal diegene niet vragen om een rol te spelen.

Bij het accommoderen (= reageren op wat de cliënt aan de rolspeler als reactie vraagt) gaat de rolspeler niet zelf improviseren en de rol zelf invullen. Men volgt als rolspeler exact de aanwijzingen van de therapeut en neemt zelf geen enkel initiatief. Wanneer de persoon die werkt, via de therapeut, vraagt om een bepaalde zin te zeggen of te herhalen dan wordt dit steeds letterlijk herhaald, tenzij de hoofdpersoon of de therapeut de zin corrigeert.cWanneer iemand bezig is met een structure, geven de andere groepsleden geen commentaar of doen zij geen suggesties, hoe goed deze ook bedoeld zijn.

Na de structure is er plaats voor eigen inbreng van de andere groepsleden, vooral dan het inbrengen van eigen gevoelens of eigen associaties bij deze structure. Bijvoorbeeld: “dit riep voor mij op ……..”. Men richte zich dan niet tot degene die werkte. Commentaar of opmerkingen naar die persoon, kunnen aan bod komen bij de evaluatie of bij de expliciet groepsgerichte werktijd.

Groepsleden behoren buiten de groep geen onderlinge relaties aan te gaan. Gebeurt dit toch, dan is het verstandig dit binnen de groep bespreekbaar te maken, omdat therapeutische doelen niet geblokkeerd moeten raken.

Andere algemene regels (hier werkt iedere therapeut met eigen regels. Hier een voorbeeld;
– Na een proefperiode verbindt ieder groepslid zich voor een bepaalde tijd (meestal een half jaar).
– Ieder groepslid schrijft tevoren een levensverhaal (van max.4 kantjes volgens aanwijzingen van de therapeut, die deze op stencil beschikbaar kan stellen). De therapeut bewaart deze gegevens zorgvuldig en kan ze gebruiken wanneer hij iemand bij diens structure begeleidt.
– Een groepslid die besluit te vertrekken, kondigt dit vier sessies te voren aan en bespreekt zijn besluit in de groep.
– Een of twee maal per jaar vindt er een uitvoerige evaluatie plaats binnen de groep. Ieder kan voor zichzelf formuleren wat er tot nu bereikt is, en hoe, en wat mogelijk verdere werkdoelen zijn. Feedback kan gevraagd worden aan andere groepsleden en therapeut. Ook is het van belang leiding (waaronder de ‘werkrelatie’ met de therapeut) en gang van zaken binnen de groep kunnen geëvalueerd worden.
– Sessies kunnen op video worden opgenomen voor de persoonlijke supervisie van de therapeut. Heeft iemand dat in bijzondere gevallen liever niet, dan kan dat overlegd worden. Cliënten kunnen hun opgenomen structure komen bekijken binnen de therapieruimte, liefst samen met een ander groepslid.
– Bij klachten volge men de officiële beroepsprocedure van het instituut waar de Pesso Psychotherapie gegeven wordt, of men neme contact op met de Klachtencommissie van de Vereniging van Pesso Psychotherapie, die daarvoor speciaal is ingesteld.