|
Dat psychische problemen qua etiologie en fenomenologie vaak sterk lichamelijk bepaald zijn, had tot dusver voor de psychotherapeutische opleiding en praktijk weinig consequenties. In psychotherapie trachten we doorgaans onze belevingen te verwoorden in symbolen van taal, ook over ervaringen die uitsluitend zintuiglijk en lijfelijk zijn.
Het onderzoek van Margaret Mahler en Daniel Stern laat zien dat de separatie-individuatie fase en de vorming van de identiteit gebeurt binnen een lijfelijk proces vol beweging en functieplezier. Het is niet zozeer door woorden dat het zelf groeit, het is in oorsprong vooral een lijfelijk gebeuren. Betekenisvolle herinneringen die ons dagelijks doen en laten beïnvloeden zijn vaak in actie, beweging en lichamelijk contact ontstaan.
Psychotherapie is meer dan alleen praten en luisteren. Kijken, verbeelden, lijfelijk ervaren, en lichamelijke reacties maken onlosmakelijk deel uit van het psychotherapeutisch proces. In verschillende therapeutische scholen is het lichaam daarom nadrukkelijk onderwerp van beschouwing en discussie geworden.
De laatste jaren zien we onder psychotherapeuten een toenemende belangstelling voor vormen van psychotherapie waarin het lichaam een duidelijke plaats krijgt.
Cliënten die louter verbale psychotherapie als niet toereikend ervaren, zoeken vaak naar lichaamsgerichte therapievormen. De huidige inzichten over de gevolgen van fysieke en seksuele traumatisering en recent emotie- en geheugenonderzoek laat zien dat ontwikkelingstekorten en vroege traumata zich in het heden kunnen manifesteren als lichamelijke ervaringen en sensaties. Dit heeft het besef doen toenemen dat vormen van behandeling waarbij het lichaam op een respectvolle, professionele wijze wordt betrokken een belangrijke bijdrage aan de psychotherapie kunnen leveren.
|